INFORMATIE OVER BEELDDENKEN


Iedereen denkt in beelden

Alle mensen worden als 100% beelddenker geboren. Langzaam ontwikkelt het taalbegrip zich en wordt het beelddenken procentsgewijs wat kleiner. School en maatschappij zijn structureel op taal gericht: volgorde, detail en analyse zijn belangrijk. De manier van werken en denken zorgt ervoor dat het beelddenken op de achtergrond verdwijnt. Zo rond het tiende jaar stopt dit ontwikkelingsproces. Maar er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken: de beelddenkers! Kinderen die beelddenken hebben soms moeite met het talig onderwijs.

Er kunnen problemen zijn, zoals zwakke fonologie (liever kijken dan luisteren), omdraaiingen (driedimensionaal), geen verschillen en details kunnen onderscheiden en het werken vanuit gehelen. Deze specifieke kenmerken van beelddenken lijken op dyslexie. Door onbekendheid met beelddenken worden veel kinderen ten onrechte als dyslectisch gezien. Zonder juiste begeleiding zullen de problemen blijven en zich verder ontwikkelen.

Onderzoek heeft uitgewezen dat er in iedere klas wel één à twee echte beelddenkers zitten.
Vaak zijn het leerlingen die in de onderbouw (groep 1 en 2) goed lijken mee te draaien, maar in groep 3 problemen gaan ondervinden bij het lezen, schrijven en/of rekenen. De leerkracht kan er niet altijd goed de vinger op leggen; het is een slimme, ondernemende leerling, vol enthousiasme en creativiteit..., dus waar zit dan het probleem?Door onbekendheid met het begrip beelddenken, worden veel beelddenkers niet als zodanig herkend en ontstaan er in de loop der jaren op de basisschool steeds grotere leer- en/of gedragsproblemen.

 Wat is beelddenken?

Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. We kunnen het ook ruimtelijk denken noemen. Beelddenkers zijn visueel, ruimtelijk ingesteld. Dat wil zeggen dat alles zich in hun hoofd driedimensionaal afspeelt en dat ze vooral met hun ogen en hun opgedane ervaringen werken. Luisteren is nooit hun sterkste kant.

In één oogopslag overzien beelddenkers ingewikkelde situaties en brengen die met elkaar in verband. Vandaar ook dat beelddenkers nog al eens chaotisch op anderen overkomen in hun taalgebruik. Het ene beeld roept het volgende op en beelddenkers associëren razend snel.
Dat kan leiden tot hoogst originele oplossingen, waar een ander nooit op gekomen zou zijn.

Omdat beelddenkers in beelden denken, hebben ze moeite met de 'vertaling' naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als:
"dinges, je weet wel, ik zal maar zeggen..." etc!

In hun hoofd zien ze het beeld, het plaatje, maar het bijpassende woord kunnen ze zo snel niet vinden. Dat lijkt ze ook niet echt te interesseren. Ze zijn snel afgeleid, want net als ze ergens mee bezig zijn, zien ze al weer iets nieuws om te doen. Dat laatste is wel eens lastig voor ouders.
Een voorbeeld. Een simpele opdracht: "Doe je jas nu even uit, ruim je tas op en kom dan naar de keuken om wat te drinken", is voor ouders logisch, maar is onlogisch voor een beelddenker.
Want in gedachten zijn die al bezig met wat ze willen gaan doen.

Ouders worden wel eens radeloos."Waarom luisteren ze nou nooit?'" is een veel gehoorde wanhoopskreet. Het is echter geen onwil, maar onmacht! Een simpele oplossing is om de opdracht(en) mondeling te laten herhalen. Het uitspreken van wat hij moet doen helpt een beelddenker om beter te onthouden. Ook op school wordt de beelddenker herkend aan dit 'afwezige' gedrag.

Dit moet niet verward worden met intelligentie. Beelddenkers hebben vaak een goed oriënteringsvermogen en zijn creatief.

Waar komt het beelddenken vandaan?

De term 'beelddenken' bestaat al bijna tachtig jaar. Het is afkomstig van de Haagse logopediste Maria J. Krabbe, die in de jaren dertig van de vorige eeuw met de theorie kwam dat er mensen zijn die in beelden denken in plaats van in taal. 

 Beelddenkers kijken meer naar overeenkomsten dan naar verschillen. (Wat weet ik al? Wat had ik ook al weer precies zo gedaan?). Ze hebben een grote vrijheidszin en een brede belangstelling. Hebben een goed geheugen voor gebeurtenissen en belevenissen en zijn sociaal zeer bewogen.

Uit studie is gebleken dat beelddenken aangeboren en erfelijk is. Vaak herkent een van de ouders bij het lezen van deze brochure iets van zichzelf en/of zijn vader of moeder.

 Beelddenken is een verworvenheid en geen stoornis of mankement. Er wordt geleefd vanuit het gevoel en de beleving. Het kijken gaat voor het luisteren. Het probleem zit 'm in de gestructureerde, talig ingestelde maatschappij waarin we opgroeien. Het is voor hen dan ook (van nature) moeilijk om zich daaraan aan te passen. 

Door hun haast zijn beelddenkers vaak slordig. Ze reageren te snel bij het eerste het beste woord en luisteren niet meer verder. Ze denken het wel te weten! Omdat ze de oplossingen voor vraagstukken/problemen al in hun hoofd voor zich 'zien', zijn ze geneigd te denken dat ze hun huiswerk wel zo ongeveer kennen, terwijl de leerstof bepaald nog niet verankerd is. Omdat beelddenkers in hun gedachten allerlei sprongen maken, komen ze soms wat chaotisch over en zijn ze gebaat bij korte, duidelijke opdrachten/afspraken. Hulpmiddelen als briefjes, agenda's en overzichtelijke (visuele) planborden willen ook nog wel eens helpen.

Beelddenken is "snel denken": 32 beelden per seconden razen er voorbij in het hoofd. Intelligente mensen zijn dan ook altijd beelddenkers. Het gymnasium zit propvol beelddenkers. Dat ze daar geen 'problemen' ervaren, komt doordat ze ook het taaldenken hebben geïntegreerd en dus beide manieren van denken kunnen toepassen.

Wat kunnen we doen?
Beelddenkers kunnen het moeilijk hebben in de maatschappij omdat ze niet begrepen worden. Begrip, aandacht en vooral doorvragen.  Door het in een zo vroeg mogelijk stadium signaleren van beelddenken, kan er ook zo snel mogelijk hulp en advies geboden worden. 

 

 

Kijk voor meer informatie op www.kindinbeeld.nl